Een moderne aanvulling bij het grafmonument van de Nielse gesneuvelden

Grafkelder oudstrijders wordt op 11 november aangevuld met beeldjes van Koen Vanmechelen

Op 11 november 1918 werd een wapenstilstand afgekondigd die een einde maakte aan de Groote Oorlog. Dood en vernieling door militair geweld stopte en werd met de vrede van Versailles op 28 juni 1919 finaal uit de wereld geholpen, of dat dacht men toch.

De herdenking van die Groote Oorlog is ondertussen een doodgewone zaak geworden. Ook het einde van de Tweede Wereldoorlog werd in België aan dit memoriaal gekoppeld.

Die herdenking is met mondjesmaat gegroeid tijdens de jaren 1920, in België en in Niel.

De gemeenteraad besliste op 4 februari 1921 om de Nielse gesneuvelden te herbegraven op het gemeentelijk kerkhof. Een stuk grond langs de middenweg van de gemeentelijke begraafplaats werd daarvoor ter beschikking gesteld waar “het stoffelijk overschot onzer gesneuvelde helden in groep zullen begraven worden”. Zes gesneuvelde Nielenaars werden alvast teruggebracht en op zondag 18 december 1921 met de nodige egards herbegraven.

Zoals in tal van andere gemeenten gingen er ook stemmen op om een volwaardig monument voor de gesneuvelden op te richten. Het schepencollege dacht in mei 1921 aan drie opties, nl. in het midden van de Kerklei, op het rondpunt van de Blauwbrugstraat of in de grote laan van de nieuwe tuinwijk. Burgemeester De Witt zou dit met baron de Roie de Wichem verder bekijken.

De opgeëiste burgers die in ballingschap gestorven waren, werden eveneens op kosten van de gemeente teruggebracht om in Niel begraven te worden. Die beslissing nam het college in augustus 1922.

Op 11 november 1922 werd voor de eerste keer in Niel, evenals in alle andere gemeenten in België, de wapenstilstand gevierd. De provinciegouverneur vroeg op 7 november 1922 om dat enkele dagen later te willen doen. Het gemeentebestuur besliste op 9 november om dat te doen met

- de nationale driekleur halfstok te hijsen aan de huizen;

- om 11 uur stipt een minuut stilte (“ingetogenheid”) te doen heersen;

- dit aan te kondigen en te beëindigen met een kanonschot;

- op 1 minuut na 11 uur de kerkklokken te luiden.

Van grafkelder tot grafmonument

Twintig andere gesneuvelden werden eind 1922 bijgezet in het groepsgraf. In het voorjaar 1923 kwamen de lijken van nog een aantal gesneuvelden aan in Antwerpen. Om de versiering van het graf van de oudstrijders niet te vernielen besloot het college om een gezamenlijke bijzetting van deze 4 lijken samen te laten doen op 23 mei 1923.

De discussie over een grafmonument en een monument bleef aanslepen. In februari 1926 vroeg de gemeenteraad dat burgemeester De Witt en het college er wat vaart achter zouden zetten.

Op 21 juli 1926 werden de nog levende weggevoerden vereerd met een ereteken. In mei 1927 kreeg het gemeentebestuur de vraag van de bond van de Nielse Bannelingen om de begrafenis van twee weggevoerden te willen betalen. Het verzoek werd ingewilligd, zonder een datum te prikken.

Op het college van begin juni 1927 werd beslist om aan de metsersbazen Scholiers, Van Coninckxloey, Van de Mosselaer August en Albert en de gebroeders Cop prijs te vragen voor de bouw van een grafkelder op het kerkhof voor de gesneuvelden. Een week later mocht aannemer Scholiers naar het gemeentehuis komen om het project te bespreken. Hij zou een plan opmaken, de opdracht zou aanbesteed worden en de gemeente zou zelf de benodigde materialen aankopen. Het college besliste op 18 juni 1927 dat de grafkelder rechts aan de ingang zou komen. De biedingen voor de opdracht werden begin juli 1927 bekeken en van de zeven inzendingen bleek Richard Van Laeken met 3.460 frank de goedkoopste. Hij mocht dan ook de werken uitvoeren.

Op 29 september 1927 boog het college zich over het monument voor de gesneuvelden. Het zou niet ergens in de gemeente maar op de begraafplaats boven het graf van de gesneuvelden geplaatst worden. Er waren twee ontwerpen ingediend. Dat van Arthur Vets uit Hoboken voor 9.000 frank werd niet weerhouden. Beelhouwer Clément Jonckheere junior uit Antwerpen (Kiel) stelde drie ontwerpen voor. Het college koos voor de gulden middenweg ter waarde van 16.250 frank.

De grafkelder was ondertussen klaar voor de herdenking van 11 november en zou versierd worden met een kroon.

Op 25 november 1927 kreeg de gemeenteraad het ontwerp van het oorlogsmonument te zien. Het ontwerp werd meerderheid tegen (katholieke) oppositie goedgekeurd. Een van de struikelblokken was het ontbreken van een kruis bovenop het monument. De kostprijs bedroeg uiteindelijk 16.200 frank en zou over de begrotingsjaren 1927 en 1928 gespreid worden.

Op 12 februari 1928 werd het grafmonument plechtig ingehuldigd met een feeststoet.

Niel is een van de weinige gemeenten in België die geopteerd heeft om een groepsgraf voor de gesneuvelden te voorzien en waar tevens gekozen werd voor een serene opbouw zonder extra beelden of kruisen. Het (socialistisch) college van burgemeester en schepenen oordeelde op de zitting van de gemeenteraad van 25 november 1927 dat “het voldoende is met vier kruisen boven de namen der gesneuvelden te plaatsen. Er zijn ten andere ook nog andersdenkenden. Op die wijze wordt ieders gevoelen en denkwijze geëerbiedigd”.

Brandweer groet

Na de Tweede Wereldoorlog werd de betrokkenheid van de gemeentelijke brandweer bij dat herdenkingsmoment groter. Zij herdenken sinds 1945 specifiek het overlijden van brandwacht en weerstander Hendrik Lauwers die op 4 september 1944 samen met August Coeck bij de bevrijding van de elektriciteitscentrale in Schelle sneuvelden en op 7 september begraven werden. Het korps had in 1944-1945 bovendien ook de handen vol bij de verschillende inslagen van Duitse V-wapens. Het belang dat de brandweer hecht aan dit herdenkingsmonument kan men zien aan de twee huldebordjes die aan de uiteinden staan opgesteld.

Het Onafhankelijkheidsfront vroeg aan het college om op 1 november 1945 een rouwhulde op het kerkhof te organiseren ter ere van “alle gevallen slachtoffers van den oorlog”. Het gemeentebestuur was principieel akkoord en zou op dinsdag 9 september een planningsvergadering voor samengeroepen worden.

In 1946 dienden alle officiële gebouwen op 8 mei bevlagd te worden om de capitulatie van Duitsland te herdenken. Hetzelfde werd door de gouverneur gevraagd voor 8 mei 1947.

Pas in oktober 1947 bericht de gouverneur dat de repatriëring van in Duitsland begraven oorlogsslachtoffers zal aangepakt worden. Op de herdenking van 11 november 1947 zouden niet alleen de oorlogsslachtoffers van de Eerste Wereldoorlog herdacht worden, maar zouden de gesneuvelden van de Tweede Wereldoorlog ook in de grafkelder bijgezet worden. Voor deze plechtigheid dienden alle “groeperingen der gemeente” uitgenodigd te worden. Aannemer A.J. Herremans deed de nodige aanpassingswerken voor 14.930 frank.

In 1974 werd het monument nog eens speciaal in de bloemetjes gezet toen de foorreizigers er in het kader van dertig jaar bevrijding op 11 november een stenen herdenkingsboek bij neerlegden. In 2005 werd het monument door Patrick Talboom opgekuist en zorgde Prosper Scholiers met hulp van John Paessens dat elke foto ook (terug) een naam kreeg.

In het kader van de algemene inventarisatie van monumenten van de Eerste Wereldoorlog werd ook het Nielse oorlogsmonument vastgesteld als monument.

Coming World Remember Me beeldjes

Brandweeradjudant Frank Verelst was zeer onder de indruk van het Coming World Remember Me (CWRM) kunstproject van Koen Vanmechelen. Toen het kunstwerk diende in te krimpen was dit voor korporaal Verelst het moment om er enkele te gaan halen. Niet zozeer voor hemzelf, maar wel als een blijk van blijvende erkentelijkheid voor diegenen die hun leven gegeven hebben ter verdediging van het land of die door de bezetter als dwangarbeider voor een Zivilarbeiter Batallion opgevorderd werden en door ontbering omgekomen zijn.

Het kunstproject Coming World Remember MeCWRM van kunstenaar Koen Vanmechelen realiseerde een 600.000 kleibeeldjes die door een grote schare van vrijwilligers werden gemaakt. De beeldjes vormden gedurende 2018 een beklijvend beeld in het provinciaal domein De Palingbeek te Ieper, zelf ook een gebied waar tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar slag werd geleverd. De beeldjes vertegenwoordigden de 600.000 slachtoffers die de Eerste Wereldoorlog in België maakte.

De bakstenen beeldjes verbeelden een gebogen mens die ineengehurkt nadenkt, zelfs slachtoffer is van shell shock, of gevechtsuitputting. In Ieper staat een reuzenei waarrond de beeldjes gebundeld zijn. In Niel worden slechts 5 beeldjes – op een rug – aan het monument van de gesneuvelden toegevoegd.

De dertig bij het monument begraven slachtoffers van het gewapend conflict 1914-1918 en de volgende generatie slachtoffers van 1940-1945 kunnen geen betere opwaardering van hun herinneringskader hebben dan deze groep beeldjes. Als zonen van families die in en rond de cuesta dagelijks met klei of kleiproducten in aanraking kwamen zijn deze beeldjes niet alleen een eerbetoon aan hun lijden maar ook een blijvend streekgebonden (zoals in de streek van Ieper) memento voor de nutteloosheid van militair geweld als schijnoplossing. Geplaatst op een metalen sokkel verwijst het ook nog eens naar de verschoten kogels en granaten die mensen, dieren, gebouwen en het landschap verwoesten. Maar ongeacht hoe de natuur en de tijd getuigen van oorlogsleed wegveegt, toch blijft de nood om te herdenken. Dat was in het Interbellum zo maar dat is helaas vandaag ook nog altijd meer dan nodig.

CWRM werd uitgevoerd door vzw kunst en kunstenaar Koen Vanmechelen in opdracht van de Provincie West-Vlaanderen. Meer informatie op www.cwrm.be