Strategisch meerjarenplan 2020 - 2025

In zitting van de gemeenteraad van 7 januari 2020 werd het meerjarenplan 2020-2025 goedgekeurd.

Gepubliceerd op 13 januari 2020.

Gemeentebestuur antwoordt op klachten tegen meerjarenplan

Om de ambitieuze doelstellingen van de gemeente te kunnen realiseren om van Niel een echte parel aan de Rupel te maken en toch het financieel evenwicht te vrijwaren, besliste de gemeenteraad begin januari 2020 om de opcentiemen op te trekken. Dit opdat de inkomsten uit onroerende voorheffing voor Niel het niveau bereiken van het gemiddelde in het Vlaams gewest, in een context van bescheiden inkomsten uit het Gemeentefonds en stijgende kosten voor pensioenen en hulpdiensten.

Op 7 januari ll. keurde de gemeenteraad het meerjarenplan 2020-2025 van het lokaal bestuur Niel goed. Dat meerjarenplan bevat de beleidskeuzes en de financiële vertaling ervan voor de volledige periode en bestaat uit een strategisch deel, een financieel deel en een toelichting bij beide.

Het meerjarenplan werd op 13 januari gepubliceerd op de website van de gemeente. Dat hoort zo. Sinds 2019 moeten lokale besturen namelijk de lijst en vaak ook de inhoud van gemeenteraadsbeslissingen bekend maken. Zo kunnen de inwoners er kennis van nemen, en – indien ze bezwaren hebben – binnen een bepaalde termijn eventueel een klacht indienen bij de toezichthoudende overheid.

Op 27 januari ll. werd het gemeentebestuur door het Agentschap Binnenlands Bestuur geïnformeerd dat er tegen het meerjarenplan zo’n formele klacht werd ingediend. Deze klacht gaat over enkele vormelijke elementen, evenals over de inhoudelijke beslissing tot verhoging van de gemeentelijke opcentiemen.

In zijn antwoord van 7 februari aan het Agentschap Binnenlands Bestuur, wijst het gemeentebestuur er onder meer op dat aan deze beslissing een grondige en objectieve analyse voorafging. Het heeft nl. vastgesteld dat het aantal woningen in Niel de voorbije tien jaar aanzienlijk is toegenomen, terwijl de inkomsten uit onroerende voorheffing al gedurende enkele jaren stagneren.

Inderdaad, de studie van Belfius over de financiën van de lokale besturen in Vlaanderen toont aan dat Niel met eenzelfde aanslagvoet gemiddeld 60% minder inkomsten ontvangt dan vergelijkbare gemeenten. Dezelfde studie toont aan dat 100 opcentiemen in Niel overeenkomt met 23 euro, tegenover gemiddeld 40 euro over het geheel van het Vlaams gewest. Anders gezegd, op een Vlaams gemiddelde van ongeveer 1.000 opcentiemen ontvangt Niel 170 euro per inwoner minder inkomsten uit onroerende voorheffing dan de gemiddelde Vlaamse gemeente.

Samen met “het kadaster” (een dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën) vond het gemeentebestuur hier een verklaring voor: er is er sprake van een behoorlijke achterstand in de registratie van nieuwe bouwvergunningen, en de daarmee gepaard gaande bepaling of herziening van het kadastraal inkomen.

De alternatieven die de gemeente onderzocht om de inkomsten uit onroerende voorheffing op het peil te brengen van het gemiddelde van het Vlaams gewest, bleken niet haalbaar. Dat verklaart waarom de verhoging geldt voor alle woningen. Ondanks een zekere fiscale autonomie, is het lokale besturen namelijk niet toegestaan om voor de opcentiemen een onderscheid te maken naar gebouw.

Het gemeentebestuur hoopt dat de toezichthoudende overheid snel duidelijkheid schept in dit debat.