't ras van Niel - Tille aan de Statie

Laat ons nog even in het café van Tille aan de Statie blijven. 

 

Tille was een echte cafébazin die haar stiel kende. Iedereen kan pinten tappen, maar cafébaas of –bazin spelen is nog helemaal iets anders. Als algemeen gebod geldt: ‘Horen, zien en zwijgen !’ Met dat laatste had Tille enige moeite. 

 

Bijna haar hele leven had ze verbracht achter een tapkast. Eerst aan de grens in Reet, daar waar nu de Delhaize supermarkt gevestigd is, en later in het redelijk grote café ‘Sport’ recht tegenover Niel statie. Van iedere stamgast kende ze het verleden, de afstamming, naar welke school hij was geweest, waar hij zijn brood verdiende, met wie hij getrouwd was, het aantal en de soort kinderen, en wat hij zo allemaal deed wat in feite niet mocht geweten zijn… maar zij wist het! Als die dan na de nodige pinten en om bij zijn drinkebroers zijn gelijk te halen wat teveel van zijn tak maakte kwam ze tussenbeide: “Zeg héla, gij zijt zeker vergeten dat elle vader voor de oorlog ook…!” En dan zat het spel op de wagen.

 

Bij Tille was het goedkoop drinken. Enkel in de kantines aan de visputten was het nog voordeliger maar velen zagen er tegenop om na hun drinkoefening nog die bergop te moeten doen om uit de put te geraken. 

 

Goedkoop !? Een voorbeeld maakt dat duidelijk. 

Tijdens de jaarlijkse stationskermis was er ene van de stad met zijn vrouw en twee kinderen bij Tille aangeland. Hij bestelde een pils, een trappist en twee cola’s. 85 frank, zei Tille. Waarop die stadsmens: “Allez madame, zijt gij die twee cola’s niet vergeten te rekenen ?” Neen dus. 

Een pils aan 20 en een trappist aan 25 frank, zo ging dat daar. 

Er waren slimme Nielenaren die enkel bij Tille trappist dronken omdat dat donker abdijbrouwsel goedkoper was dan haar pils. Drie trappisten (33 cl) waren gelijk aan 4 pinten pils (25cl) 5 frank goedkoper. Tijdens diezelfde kermis zijn er in de namiddag heel ‘dikke’ mannen van ’t stad met hun madammen erbij pinten komen pakken. De kroeg was stampende vol en de ambiance zat er goed in. Dat stadsvolk kon de volkse sfeer van die Nielse buurtkermis wel smaken. Van louter contentement hebben die 4 keer aan de bel getrokken. ‘Tournee generale’ voor heel de keet! Ge moet niet vragen hoe daar gez… gedronken is geweest. Die gebeurtenis staat in de buurt bekend als ‘de Beiaardfeesten’. Een betiteling die we te danken hebben aan de Pirre, nog zo’n Nielse krak die bij Tille meer dan een flinke voet in de staminee had.

 

Tille had een hartsgrondige hekel aan alles wat Duits was. Ze kon geen Duitser rieken of zien. “Die hebben ons twee keer zonder eten gezet, die bandieten !” Ze kon het weten want ze was van maart 1907, tijdens de Eerste Wereldoorlog dus al oud genoeg om te weten wat honger is. Ooit heeft ze eens, volgens haar zeggen, veel geluk gehad. Ze hield café aan de grens en op een zonnige namiddag wordt de deur van de gelagzaal kordaat opengeduwd en komt er een fors gebouwde Duitse officier binnengestapt. We geven het weer in haar eigen woorden: “Komt er zo ineens ne groten Duits binnen, gene gewone soldaat, zeker nen offecier want hij had een klak op zijne kop, en een rooi bies bezijd zijn broek die in zijn leren botten stak. Wette wat em zei ? ‘Fraulein, wohin geht die Eisenbahn ?’ En ik zeg zo, nach Boom, nach de schweinemarkt. Hij bezie ma kwaad met zan ogen die vuur spoten en weg wassem. Zienek die een paar uren later toch wel terugkomen zeker, hij stekt de straat over en daaft met zen stiefels de deur open en roept: ‘Fraulein, Sie haben Glück gehabt oder ich hätte Sie einsperren lassen !’ Fraulein, zeit em tegen mij en ik had al twie kinderen. Dien does zou ma nog in e kampement laten steken emme. Wistekik toch ni dat het woord ‘schwein’ allien door nen Duitsen boer gebezigd werd.” Sindsdien zou Tille iedere Duitser opgevreten hebben.

In de volgende aflevering brengen we een bezoek aan café ‘d’Hel’. Uiteraard was het daar een duvel die de pinten tapte.