Tweede verblijf

 

Wat is een tweede verblijf:

Als tweede verblijf wordt beschouwd elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf is van de zakelijk gerechtigde of de huurder, maar die op elk moment door hem kan worden bewoond, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de chalets gelijkgesteld aan caravans die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.

Wat wordt niet beschouwd als tweede verblijf

Als tweede verblijf worden niet beschouwd:

  • het gebouw uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit en waarvoor de gemeentebelasting op bedrijfsruimten is verschuldigd;
  • tenten en woonaanhangwagens;
  • verplaatsbare caravans, tenzij deze tenminste zes maanden van het aanslagjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden;
  • elke woongelegenheid in beheer van de sociale huisvestingsmaatschappij, het sociaal verhuurkantoor, het OCMW, de gemeente en het autonoom gemeentebedrijf.
  • De leegstaande woongelegenheid waarvan het bewijs voorgelegd wordt dat zij in de loop van het aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar niet als tweede verblijf werd aangewend

Kostprijs

De belasting word vastgesteld op € 1000 per tweede verblijf.

Bij gebrek aan aangifte, bij niet-tijdige, onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de aanslag ambtshalve door de gemeente gevestigd op grond van de beschikbare gegevens. Op de ambtshalve gekohierde belasting zal een belastingverhoging worden toegepast van 100% van de totale basisbelasting.